Fiscaal sparen (banksparen)
Wat is banksparen?
Met banksparen kunt u op een fiscaal vriendelijke manier geld opzij zetten voor later. Als u gaat banksparen, moet u aangeven waarvoor u gaat sparen;
1. voor het aanvullen van uw pensioen
2. voor het aflossen van uw eigen huis
3.
ten behoeve van een Goudenhanddruk / stamrecht
4. ten behoeve van uitvaart
Sinds 1 januari 2008 bestaat er banksparen voor de eigen woning en lijfrente, maar dit wordt uitgebreid naar banksparen voor een gouden handdruk (stamrecht) en uitvaartrekening. Dit is geïntroduceerd om de concurrentie van banken en verzekeraars dichter bij elkaar te brengen.
Per 1 januari 2008 bestaat de mogelijkheid om via een bankspaarvariant fiscaal gefaciliteerd te sparen voor een oudedagsvoorziening in de derde pijler (privé voorzieningen zoals de lijfrenten) en voor de aflossing van de eigenwoningschuld. Dit kan via een geblokkeerde spaarrekening bij een bank of via een beleggingsrecht bij een beheerder van een beleggingsinstelling. De spaarder kan geld opzij zetten om de oude dag flexibel te laten beginnen of voor de aflossing van de schuld met betrekking tot de eigen woning. Om mee te gaan met deze wettelijke ontwikkelingen hebben inmiddels veel banken en bank-verzekeraars één of meerdere van deze bankspaarproducten in het productassortiment. Het kabinet introduceert nu tevens een bankspaarvariant voor stamrechten - voor ontslagvergoedingen - en voor uitvaartproducten.
Banksparen voor de oudedag en aflossing eigenwoningschuld
Banksparen voor een oudedagslijfrente en aflossing van de eigenwoningschuld is geïntroduceerd met als uitgangspunt om de keuzemogelijkheden voor de consument uit te breiden. Daarnaast is ook een reden dat banksparen via een vergroting van de markt tot meer concurrentie bij financiële aanbieders leidt en men is ervan overtuigd dat dit daarmee een bijdrage zal leveren aan een grotere transparantie in de kostenstructuren van financiële producten en dat consumenten kunnen vergelijken en ook hiermee goedkoper uit kunnen zijn.
Bankspaarvariant Stamrechtvrijstelling
Het kabinet ziet in een fiscaal gefaciliteerde bankspaarvariant voor de stamrechtvrijstellingbij uitstek een gelegenheid om banksparen uit te breiden. Momenteel is het mogelijk om gebruik te maken van de stamrechtvrijstelling in de vorm van een stamrecht bij een verzekeraar of het kapitaal in een eigen op te richten BV onder te brengen. Met de introductie van een bankspaarvariant voor stamrechten worden de keuzemogelijkheden van de consument iets te doen met een ontvangen ontslagvergoeding uitgebreid. Vooral voor lage ontslagvergoedingen lijkt de introductie van een bankspaarvariant een waardevolle uitbreiding. Hier zijn naar verwachting minder kosten aan verbonden dan aan een verzekeringsproduct of de oprichtingskosten (notaris- en accountantskosten) van een eigen stamrecht BV.
Bankspaarvariant Overlijdensverzekering
Om de concurrentie dicht bij elkaar te brengen worden de voorwaarden voor de bankspaarvariant en de bestaande verzekeringsvariant in evenwicht met elkaar gebracht. Daarnaast breidt het kabinet de vrijstelling in box 3 voor overlijdensverzekeringsproducten uit met een bankspaarvariant.
Het kabinet maakt het mogelijk dat mensen die op een geblokkeerde spaarrekening bij een bank geld opzij zetten om te sparen voor de uitvaart, onder de bestaande vrijstelling in box 3 komen te vallen. Op deze wijze creëert het kabinet gelijkheid tussen producten van verzekeraars en banken die met het overlijden samenhangen. Niet ieder verzekeringsproduct kan per definitie tot een bankspaarproduct worden omgevormd.
Producten waar verzekeringstechnische aspecten een wezenlijk onderdeel van uitmaken, lenen zich eigenlijk alleen voor een bankspaarvariant. Zo zijn er ook producten waarvan de hoogte, duur en aanvang van de uitkering zeer onzeker zijn en eigenlijk uitsluitend denkbaar zijn in de vorm van een verzekeringsproduct. Om deze reden is ervoor gekozen om voor de arbeidsongeschikt-heidslijfrente en lijfrenten voor meerderjarige invalide kinderen geen bankspaarvariant te introduceren. Het is immers niet op voorhand duidelijk of en wanneer de arbeidsongeschiktheid of de start van de invalide lijfrente zich daadwerkelijk zal voordoen.